Je móét wel kiezen

geplaatst in: Filosofie | 2

Vertwijfeling is, zo schrijft Kierkegaard (Deense filosoof, 1813-1855), een onrust die in je binnenste woont, een onvrede, een disharmonie, een angst voor iets onbekends. Die onrust ontstaat doordat vertwijfeling je op jezelf terugwerpt, op je bestaan, op wie je wilt zijn. Daarom is vertwijfeling volgens Kierkegaard een ethische kwestie: de beslissing die je moet nemen gaat je echt aan, en daarom hecht je er veel belang aan dat je het goede doet. Er staat nogal wat op het spel. Vertwijfeling kan er daardoor toe leiden dat je voortdurend alle mogelijkheden open wilt houden. Het kan leiden tot eindeloos afwachten. Tot niet willen of kunnen beslissen omdat je denkt dat je vrij bent (en vrij blijft) zolang alle mogelijkheden nog voor je open liggen. Geen wonder dat veel mensen belangrijke beslissingen voor zich uit schuiven. Maar wie uit vertwijfeling niets onderneemt, alleen maar afwacht en verstrooiing zoekt, verliest zichzelf, aldus Kierkegaard.[1]

Je móét wel kiezen

Wat is Kierkegaards recept tegen de vertwijfeling? Om te beginnen is het van belang je te realiseren dat vertwijfeling in stand gehouden wordt doordat je een verkeerd begrip van vrijheid hebt. Vrij zijn, zegt Kierkegaard, betekent je wél engageren met een van de mogelijkheden die voor je liggen. Kiezen voor een richting waarvan je vindt dat hij het meest bij je past, het dichtst bij je ligt. Het betekent het einde van het open houden van alle opties omdat ze gelijkwaardig of even interessant zijn. De manier van niet-kiezen leidt tot zelfverlies. Het perspectief van ‘vrijheid betekent kúnnen kiezen’ verandert in ‘vrijheid betekent móéten kiezen’. Wat is die vrijheid om te kiezen? Deze vrijheid is precies wat een mens tot mens maakt. Alleen is vrijheid niet: om het even wat te doen. Met vrijheid van keuze komt ook de verantwoordelijkheid er wat van te maken, dus om zo goed en zo kwaad als het kan de juiste keuze te maken. De moderne mens ‑ bevrijd van vanzelfsprekende tradities ‑ is auteur van zijn eigen levensverhaal. Hij kan niet zomaar alles schrijven, hij moet rekening houden met omstandigheden, maar hij is en blijft de schrijver. Hij kan erop worden aangesproken. Het is uiteindelijk zijn keuze, en hij staat voor die keuze. Voor het maken van deze keuze valt geen eenvoudig recept te geven. Hoe moeilijk soms ook, we moeten volgens Kierkegaard de sprong durven te wagen van verleden naar toekomst.

[1] Ontleend aan: Søren Kierkegaard, De ziekte tot de dood, Uitgeverij Boom, Amsterdam, 2008. Behandeld in Filosofie Magazine 02-2009, jaargang 18

 

2 Antwoorden

  1. Gerard

    Mooi kort maar zoals ik van je gewend ben weer diep betoog. Dank je Jaap

  2. Arent

    Het begrip “vertwijfeling” sluit m.i. niet zuiver aan bij de semantiek van de grondtekst van Kierkegaard. Immers gaat het eerder niet om ‘weifelen’, dat op zijn beurt leidt tot uitstel en daarmee verlamming? Verweifeling dus met het pejoratieve prefix ‘ver’. Besluiteloosheid door keuzevrijheid in de verwachting dat er steeds betere opties in het verschiet zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *